De fluïde organisatie (9): het einde van de organisatie?


15 september 2016
Categorie: Fluïde organisaties

Deze blog is de negende in een serie van 10 blogs over Henk, directeur stichting NBO die werkt aan en worstelt met zijn fluïde organisatie.

Episode 9: de relevantie van fluïditeit voor de maatschappij

Henk zit vandaag echt op z’n praatstoel. We hebben het over de maatschappelijke relevantie van fluïde organisaties. Na de vorige acht inhoudelijke en toch wat meer concrete bespiegelingen over de fluïditeit van zijn stichting NBO, is het gesprek nu wat abstracter. De wereldverbeteraar in Henk zit nu tegenover me.

Waardeverlies

Henk: “we verspillen in organisatieland enorm veel energie. Werkgevers zijn bezig met aandeelhoudersbelangen (bij kleine ondernemingen zijn ze dat vaak zelf), werknemers zijn bezig met hun rechten. Daar gaat heel veel energie in zitten, dat geen meerwaarde levert voor Nederland. We verliezen kortom met die tegenstelling werkgever – werknemer enorm veel waarde. Daarbij komt dat de meeste managers in de spagaat van een dubbelrol zitten. Zij worden geacht het werkgeversbelang te dienen, maar zijn zelf natuurlijk ook gewoon werknemer. Meer fluïditeit in organisaties zou leiden tot meer parallelliteit in doelen en dus minder polarisatie door de traditionele werkgever – werknemer opstelling.” Henk benadrukt dat zijn gedachtes geen socialistische achtergrond hebben, maar puur voortkomen uit zijn streven naar maximalisering van meerwaarde voor de samenleving. En dat de opbrengsten van een organisatie daarmee evenwichtiger verdeeld worden over alle medewerkers in plaats van over alleen een paar aandeelhouders, ziet Henk alleen maar als extra winst.

Economische ontwikkeling

Henk gaat nog hoger vliegen, en begint over de motor van de Nederlandse economische ontwikkeling: innovatie in het midden en kleinbedrijf. “We moeten het voor onze toekomst in Nederland hebben van innovatie. Innovatie komt het best tot ontwikkeling in kleine, flexibele organisatievormen. Fluïditeit is daarmee een voorwaarde voor innovatie. We moeten ons daarbij vooral richten op organisaties die innoveren op een gebied waar we traditioneel als klein landje goed in zijn: transacties. We zijn geen land dat groot is in de maakindustrie (transformatie), zoals bijvoorbeeld ons grote buurland Duitsland dat wel is. Wij hebben ons geld altijd vooral verdiend met handel, door ketens net iets slimmer te organiseren dan anderen. En dat vraagt om maximale flexibiliteit en meerwaarde op korte termijn. Kleine, fluïde organisaties zijn daar optimaal geschikt voor door hun grote adaptieve vermogen.”

Klein maar fijn

“We moeten af van de grote, megalomane organisaties. Door de noodzakelijk bureaucratie binnen dat type logge organisaties is de wendbaarheid nihil. En overigens: een baan voor het leven bieden ook zij al lang niet meer. We moeten naar veel kleine organisaties, die in een netwerk met elkaar toegevoegde waarde leveren. Daarmee is de zeggenschap van al diegenen die daaraan bijdragen veel directer, is er veel meer sprake van eigenaarschap en daarmee van zingeving bij mensen. En daar worden we met z’n alleen een stuk gelukkiger van.” Henk verwijst naar één van zijn favoriete hedendaagse filosofen: Nassim Nicholas Taleb. Een hoofdlijn van Taleb is dat hij een pleidooi houdt voor ‘antifragiliteit’: fragiele organismen worden geschaad door stressoren, robuuste organismen zijn daar immuun voor. Maar antifragiele organismen worden juist sterker door stressfactoren. Zoals een plant door snoeien gezonder wordt. “Met kleine fluïde organisatievormen introduceren we antifragiliteit in organisatieland. Sommige kleine clubjes zullen het niet redden en dat doet dan even pijn, maar het grotere geheel (het systeem, het netwerk van kleine organisaties) zal daar telkens sterker en gezonder door worden. Het streven naar robuustheid van grote logge organisaties daarentegen betekent stilstand en zal dus onherroepelijk tot teloorgang leiden”

Kanttekening

Als Henk even ademhaalt zie ik kans toch even een kritische kanttekening te plaatsen bij zijn roze wereldbeeld. “Wat vind je dan van al die ZZP-ers die momenteel tegen een vergoeding werken waarmee velen onder het minimumloon zouden uitkomen? Hoezo delen in de opbrengsten? Ik denk dat zij dat toch heel anders zullen beleven”. Henk laat zich daar niet door afremmen in zijn enthousiasme. “Precies! Mijn pleidooi voor fluïditeit geldt niet voor alle organisaties. Het geldt vooral voor de voorlopers die met innovatie in transactieketens nieuwe economische ontwikkeling op gang brengen. En daar hebben ze hoogopgeleide mensen voor nodig met hele duidelijke competenties. Die mensen hebben er juist helemaal geen moeite mee om zichzelf te verkopen binnen hun eigen steeds groeiende netwerk, en daar een prima boterham mee te verdienen. Voor het grootste deel van de organisaties echter, zullen de traditionele arbeidsverhoudingen nog gewoon blijven gelden, en dat is maar goed ook.” Henk heeft op dit punt nog een fijne uitsmijter: “wat de politiek (en grote bureaucratische organisaties) zo verkeerd doen, is dat ze met de nieuwste regeltjes laagopgeleide ZZP-ers terecht proberen te beschermen, maar daarmee de fluïditeit voor hoger opgeleide professionals inperken. En daarmee beperken ze het innovatieve vermogen van Nederland, en brengen dus onze economische ontwikkeling ernstig in gevaar!”

Volgende week ons laatste gesprek. Ik zal Henk dan vragen naar zijn ideeën over de verdere ontwikkeling van fluïde organisaties. Ideeën genoeg in zijn hoofd...



Reacties


Replay Reactie

Anuleren replay

Laat een reactie achter

Enkele gegevens ontbreken of zijn onjuist

Het formulier kan nog niet worden verzonden omdat het nog niet helemaal (correct) is ingevuld.

Verplicht*

** Verplicht, wordt nergens getoond.